Business Glossar

BUSINESS GLOSSAR

Arbeidskracht  
1)Arbeidsvermogen 2) Arbeider 3) Het vermogen van een werknemer (crypt.) 4) Klerk 5) Medewerker 6) Personeelslid 7) Persoonsbenaming 8) Werkkracht 9) Werkvermogen 10) Werkzaamheid 11) Werknemer
 


Arbeidscapaciteit

Arbeidscapaciteit (of personeelscapaciteit) is bedrijfskundig, de maximaal mogelijke arbeidsprestaties van de productiefactor arbeid in een bepaalde periode
Bron
: www.investorpartner.nl

Bedrijf
Een bedrijf is een organisatie van arbeid en kapitaal. Een bedrijf dat gericht is op het maken van winst wordt veelal een onderneming genoemd. Een bedrijf dat tastbare producten maakt wordt ook wel een fabrikant genoemd. Bij een bedrijf zijn verschillende mensen betrokken, zoals:
  • ondernemer
  • klanten
  • eigenaren en/of aandeelhouders.
  • personeel, werknemers.
  • leveranciers
  • concurrenten
De verschillende betrokkenen hebben elk verschillende doelen, waarbij doel en middel wel eens door elkaar lopen, zoals:
  • Het maken van producten en/of diensten.
  • Het verdienen van een inkomen.
  • De continuïteit
Er kan hierbij een onderscheid worden gemaakt in commerciële en niet-commerciële organisaties, ook wel profit- en non-profit organisatie genoemd
Bron: Wikipedia

Bedrijfsverkoop   
Bedrijfsverkoop is een vorm van bedrijfsoverdracht waarbij door middel van verkoop de eigendom van een bedrijf overgaat.

Bron: Wikipedia

Bedrijfsovername
In de zakenwereld is een overname (ook wel acquisitie genoemd) de verwerving van een bedrijf door een ander bedrijf. Deze overname kan op verschillende manieren geschieden. Doorgaans wordt er onderscheid gemaakt tussen een "vriendelijke overname" en een "vijandige overname". In de bedrijfskunde worden bedrijfsovernames en -fusies vaak samen bestudeerd als Mergers and acquisitions (M&A). Het grote verschil met een fusie is dat een overname ongelijkheid impliceert en een fusie gelijkheid. Het overgenomen bedrijf zal onder controle van het overnemende bedrijf vallen. Meestal is het overgenomen bedrijf beduidend kleiner dan het overnemende bedrijf.
Bron: Wikipedia

Consortium (organisatievorm)
een vereniging van tijdelijke aard, die is opgericht door een aantal partijen om een bepaald project uit te voeren
Bron: Wikipedia

Detailhandel
Het in de economische kringen veel gehanteerde onderscheid tussen retail (letterlijk: wederverkoop) en wholesale is niet voor de volle 100% op detailhandel - groothandel te leggen. De officiële definitie van retail is: de levering van diensten en/of goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument. Het enige verschil zit in de levering van diensten. Onder retail vallen ook diensten die aan de consument geleverd worden, zoals door een bank of een reisbureau. De detailhandel beperkt zich tot het leveren van fysieke goederen.
Bron: Wikipedia

Deskundigheid
 
Deskundigheid is de eigenschap dat je veel van iets weet Voorbeelden:   `deskundigheid hebben op het gebied van techniek`, `tijdelijk specifieke deskundigheid inhuren` Synoniem:   expertise
Bron: http://www.woorden.org/woord/deskundigheid


Distributeur
persoon of onderneming die zorgt voor de distributie van goederen van producent naar consumen
Bron:
http://nl.wiktionary.org/wiki/distributeur


Embargo
Een embargo is in de economische politiek een verbod op handel met een bepaald land. Het begrip kent ook betekenissen in andere samenlevingssectoren: daar gaat het niet om het achterwege laten maar om het voor korte tijd uitstellen van een handeling of om het slechts voor een selecte groep van specialisten toegankelijk maken van gegevens.
Bron:
Wikipedia  

Franchise

Een franchise is een methode van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren. Dit wordt veel gedaan bij supermarktketens en fastfoodrestaurants zoals McDonald's en komt ook voor bij dienstverlenende bedrijven, zoals makelaardijen. Het van oorsprong Franse woord franchise (vrijdom) is via het Engels in het Nederlands terechtgekomen, en is afgeleid van franc (vrij). Het franchisecontract bevat het handelsconcept van de franchisegever waarin het verboden wordt voor de franchisenemer om van dit centraal gestuurde concept af te wijken. Het staat de franchisegever vrij om veranderingen in het concept door te voeren.
 
Bron: Wikipedia
1) recht dat een grote onderneming geeft aan particuliere ondernemers om gebruik te maken van de naam en expertise van die grote onderneming commercie Voorbeelden:   `franchisenemer`, `franchisegever`
2) deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd
  financieel
3) drempel waaronder de schade niet door de verzekering vergoed wordt financieel

Horizon 2020

De uitvoering van het initiatief Horizon 2020-programma wordt gefinancierd door de Europese Unie in een apart fonds specifiek voor R & D projecten. Het programma is uitgegroeid tot een bron gescheiden van EUR 83 miljard. Aanvragen worden gesegmenteerd door verschillende groepen in het systeem, waarvan de meest ingrijpende van de 'Onderzoek en Innovatie acties "en" Innovatie-acties "gemarkeerd achtige toepassingen. Intensiteit dan 100%, terwijl de intensiteit van de laatste 70%. Beide soorten zijn onderworpen aan de voorwaarde dat de projecten in de verschillende lidstaten van de EU moeten worden uitgevoerd geregistreerd onafhankelijke bedrijven (3 bedrijven in 3 landen), in samenwerking met het consortium. Voor meer informatie over de officiële portal voor het moment alleen in het Engels
Bron: http://ec.europa.eu/research/participants/portal/desktop/en/home.html


Idee
De / het idee Wat is het verschil tussen de idee en het idee?   De idee wordt vooral gebruikt als filosofische term, in de betekenis 'het veronderstelde eeuwige en volmaakte grond- of voorbeeld', of als synoniem voor denkbeeld: 'Kant heeft de idee dat subjectiviteit de basis is van objectieve kennis uitgewerkt', 'De idee van God als Schepper is al eeuwen oud', 'Veel relaties zijn onvolmaakt, maar daarachter schuilt de idee van liefde', 'De idee van de maakbare samenleving wordt door velen omarmd.'   Het idee betekent onder andere 'opvatting' of 'mening'. Deze betekenis heeft idee in de praktijk meestal: 'Het was een goed idee om dit jaar naar Spanje te gaan', 'Dat idee van haar is briljant', 'Het idee achter de WIA is dat iedereen kan werken.'   Volgens woordenboeken kan in de filosofische betekenis ook het idee gebruikt worden.

Innovatie 
Innovatie of vernieuwing heeft betrekking op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren (innovatieproces) omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing (van producten, diensten, productieprocessen, etc.). De verspreiding van innovatie wordt innovatiediffusie genoemd.
Bron:
Wikipedia
 
Innovatie een eerste commerciële toepassing van iets nieuws. Een uitvinding is dus niet per definitie een innovatie. Er zijn verschillende innovaties te onderscheiden: Technologische innovatie: Het ‘nieuwe’ is een uitvinding (dus wanneer een uitvinding commercieel toepasbaar wordt). Doorbraakinnovatie: Wanneer de uitvinding dusdanig baanbrekend is dat het het hele economische verkeer beïnvloed. Marginale innovatie: Een uitvinding met minder macro-economisch effect Architectonische innovatie: wanneer het nieuwe is dat bestaande elementen op een nieuwe manier geordend worden of in een systeem worden toegepast. (Een nieuwe ordening van bestaande elementen). Bijvoorbeeld het eerste uitzendbureau.

Investeerder  
Een investeerder is een partij die een bepaald vermogen in een onderneming investeert. Hij verwacht later geen rente op zijn investering maar wel een deel van de winst 
Bron: Wikipedia
1. Ondernemers die van plan zijn om in een bepaalde regio een bedrijf of vestiging te starten of    uit te breiden {Economische geografie}.
2. Anglicisme: onjuiste vertaling van het Angelsaksische begrip ‘Investor’ dat belegger of
   financier betekent.
3. Misconceptie: belegger
4. Misconceptie: speculant

Bron: 
http://www.fons-vernooij.nl/bb-site/index.html

I
nvestering
Een investering is een opoffering in tijd, geld (hierbij spreek men vaak van een kapitaalsinjectie) of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald. Investeren wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak in een ruimere betekenis gebruikt, waarbij de nadruk wordt gelegd op een uitgave nu, die opbrengsten in de toekomst genereert ('investeren in jezelf en de toekomst')  

Bron: Wikipedia
Uitgave om duurzame kapitaalgoederen (dus gebouwen en machines) aan te schaffen. Vergroting van debetposten op de balans (dus ook vlottende kapitaalgoederen, zoals voorraden en debiteuren, maar ook kasgeld of banktegoed). Een grote uitgave ineens (Volksmond). Misconceptie: belegging of financiering. Anglicisme: oneigenlijke vertaling van ‘investment’ dat belegging of financiering betekent, dus iets waar geld is ingestopt.  
Bron: http://www.fons-vernooij.nl/bb-site/index.html

Investerings partner
Een investieringspartner is iemand met wie men een zakelijkerelatie heeft en met wie men de "investering" deelt (of wil gaan delen)
Bron: www.investorpartner.nl

Kapitaal
 
Kapitaal is in de economische wetenschappen een begrip dat in verschillende betekenissen wordt gebruikt. De belangrijkste daarvan zijn: Kapitaal is het totaal van kapitaalgoederen in een maatschappij. Kapitaalgoederen (of productiegoederen) zijn goederen die gebruikt worden om andere goederen te produceren. Hiervoor wordt ook wel de term productiemiddelen gebruikt. Wanneer we het over de 'productiefactor kapitaal' hebben, bedoelen we meestal dit kapitaalbegrip. Men spreekt dan wel van 'concreet kapitaal'.Kapitaal is het totaal van kapitaalgoederen in een maatschappij. Kapitaalgoederen (of productiegoederen) zijn goederen die gebruikt worden om andere goederen te produceren. Hiervoor wordt ook wel de term productiemiddelen gebruikt. Wanneer we het over de 'productiefactor kapitaal' hebben, bedoelen we meestal dit kapitaalbegrip. Men spreekt dan wel van 'concreet kapitaal'.Kapitaal is de geldswaarde van de kapitaalgoederen in de maatschappij. Waar het concrete kapitaalbegrip betrekking heeft op een in principe heterogene groep goederen, is hier het begrip homogeen gemaakt door de verschillende goederen te vermenigvuldigen met hun respectieve prijzen. Men spreekt dan wel van 'abstract kapitaal': een beschikkingsmacht die reeds belichaamd kan zijn in machines e.d., maar die ook nog in de geldvorm kan bestaan.Kapitaal is een productieverhouding. De nadruk wordt gelegd op de beschikkingsmacht, al dan niet in geld uitgedrukt. Bij sommige klassieke economen en bij Marx wordt het kapitaal niet slechts beschouwd als een hoeveelheid productiemiddelen, of de geldswaarde ervan, maar wordt tot het kapitaal ook het loonfonds gerekend. Zie kapitaal (politieke economie).Het kapitaal is in privébezit en wordt uitsluitend aangewend om zo veel mogelijk winst te maken. Het kapitalistische stelsel wordt geregeerd door de macht van dit kapitaal.Kapitaal is het totaal van de kapitaalgoederen waarin het vermogen van een onderneming is vastgelegd (en soms: het vermogen van die onderneming zelf. Zie: kapitaal (bedrijfseconomie).
Bron: Wikipedia

Kennis (engels know-how)
is dat wat geweten en toegepast wordt door de mens of door de maatschappij als geheel. Veel van de menselijke activiteit vereist specifieke kennis, ervaring en vaardigheid. In de kenttheorie of epistemologie wordt onderzocht wat kennis is en of aanspraken op kennis gerechtvaardigd zijn. In de loop van de tijd zijn er dan ook wisselende ideeën ontwikkeld over wat er te weten valt en in welke mate er sprake moet zijn van twijfel.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen theoretische en praktische kennis. In het eerste streeft men slechts het weten omwille van het weten na, in het tweede geval moet er een praktisch voordeel te behalen zijn met de verworven kennis. Er bestaan vele soorten van kennis van zelfkennis tot godkennis, van vakkennis tot wetenschappelijke kennis en van landenkennis tot talenkennis.
Bron:.
Wikipedia

Leverancier  
Een leverancier levert goederen of diensten in ruil voor geld. Een leverancier aan een bedrijf of detailhandel kan een groothandel zijn of een fabrikant. De afnemer van een leverancier wordt ook wel de klant genoemd. Op de balans staan leveranciers als handelscrediteuren of vallen ze onder de meer algemene post crediteuren.
Bron: Wikipedia

Overwinst
Overwinst (ook wel ondernemersrent) is de totale ondernemingswinst verminderd met het ondernemersloon, een primair rendement (inclusief risicopremie) over het eigen vermogen en de rente over het vreemde vermogen.
Met de overwinst kan ook de goodwill worden berekend. De overwinst wordt dan vermenigvuldigd met een bepaalde factor.
Bron: Wikipedia

Patent  
Een octrooi of patent is een exclusief (uitsluitend) recht tot het industrieel maken of verkopen van een product of anderszins het exploiteren van een uitvinding. Een octrooi kan door de rechthebbende worden gebruikt als een monopolie op een bepaald stuk techniek. Een octrooi geeft de octrooihouder het recht om anderen te verbieden de uitvinding bedrijfsmatig toe te passen (bijvoorbeeld te vervaardigen, in te voeren, te gebruiken, in voorraad te hebben enzovoorts). Het is echter geen actieve bescherming: de octrooihouder dient zelf stappen te ondernemen als hij vermoedt dat zijn rechten worden aangetast. Een octrooihouder heeft niet automatisch op basis van het verleende octrooi het recht om de uitvinding toe te passen. In veel gevallen zijn daarvoor nadere vergunningen nodig, bijvoorbeeld op grond van de warenwet of op grond van de milieuwetgeving. Het is ook mogelijk dat octrooirechten van anderen toepassing van de uitvinding in de weg staan.
Bron:
Wikipedia
  
Octrooi of patent is een exclusief eigendomsrecht op een uitvinding. U mag de uitvinding als enige maken, verkopen of beheren.
Bron: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/intellectueel-eigendom/vraag-en-antwoord/wat-is-octrooi-of-p...

Producent
 
Is een persoon, organisatie of bedrijf dat producten of diensten levert. Letterlijk betekent het maker. Over het algemeen wordt in Nederland met de term 'producent' de persoon (of organisatie) aangeduid die de zakelijke en financiële leiding heeft over een artistiek proces, terwijl met de term 'producer' op iemand geduid wordt die hands-onwerk voor een productie verricht. In de VS wordt dit verschil aangeduid met executive producer (zakelijke leiding) en producer (uitvoerend) of line producer (uitvoerend en in dienst van een organisatie, in tegenstelling tot alle bekende producers, die allemaal onafhankelijk zijn)
Bron: Wikipedia
1.Persoon of rechtspersoon (B.V. of N.V. of Stichting of Vereniging) die produceert, dat wil zeggen goederen of diensten koopt met de intentie deze te verkopen of te verwerken voor de verkoop. De persoon die koopt om de goederen of diensten te verbruiken is een consument.     Synoniemen: productiehuishouding of bedrijf.
2. Functie in het maatschappelijk verkeer. Een persoon of rechtspersoon kan zowel consument als producent zijn. Een huisarts is een persoon die op sommige tijdstippen van de dag produceert (als hij bijvoorbeeld spreekuur houdt) en op andere momenten van de dag consumeert (als hij bijvoorbeeld gaat eten). De huisarts kan dus twee functies vervullen {Micro-economie}.  

Productiecapaciteit
De productiecapaciteit is de maximale hoeveelheid goederen en diensten die men kan produceren in een gegeven tijdsinterval wanneer men alle productiefactoren voor 100% inzet, zonder dat het bedrijf of vennootschap er aan ten onder gaat. Dit wil echter niet zeggen dat als een bedrijf alles voor 100% inzet, de winst maximaal is.   Men spreekt ook wel over het vermogen van een bedrijf, bijvoorbeeld uitgedrukt in ton: Het vermogen van bedrijf XYZ is 450 ton per dag. Dit wil niet zeggen dat het bedrijf effectief aan dit getal moet voldoen.   Een bedrijf kan ook op minder dan volle capaciteit draaien. Dit zal naargelang de vraag zijn. Bijvoorbeeld de kerncentrale van Doel kan enorme hoeveelheden energie produceren maar kan ze niet allemaal kwijt aan Belgische klanten. Dus oftewel moeten ze de energie verkopen aan het buitenland of anders moeten ze minder beginnen produceren. Wat niet altijd gemakkelijk is.   Wil een onderneming meer kunnen produceren dan zal ze bepaalde factoren moeten aanpassen. Het bedrijf zal moeten uitbreiden of een andere werkwijze toepassen. Enkel dan zal de productiecapaciteit kunnen veranderen. De meeste bedrijven hebben bij normale bezetting een productiecapaciteit van ongeveer 85%
Bron: Wikipedia

Risicokapitaal
 
Risicokapitaal
Geld dat verstrekt wordt aan ondernemingen in ruil voor een bepaald belang in de onderneming. Het doel van de investeerder is om binnen een bepaalde periode een hoge return on investment te incasseren. Aangezien niet vooraf bekend is wat het rendement zal zijn, wordt het ook wel durfkapitaal of venture capital genoemd.  
Uitvinding
  
Een uitvinding is een vernuftig gevonden oplossing voor een probleem meestal in de vorm van een product. Vaak ligt er een gedachtesprong aan de basis van de uitvinding. Een uitvinding stelt de mens in staat om nieuwe uitdagingen aan te gaan. De persoon die de uitvinding doet, wordt een uitvinder genoemd. Een uitvinding is een vernuftig gevonden oplossing voor een probleem meestal in de vorm van een product. Vaak ligt er een gedachtesprong aan de basis van de uitvinding. Een uitvinding stelt de mens in staat om nieuwe uitdagingen aan te gaan. De persoon die de uitvinding doet, wordt een uitvinder genoemd.Een 'uitvinding' is bovendien de gebeurtenis van het ontstaan van de oplossing
Bron: Wikipedia
Het begrip uitvinding is uit een drietal elementen opgebouwd, zoals ook vermeld in de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Rijksoctrooiwet uit 1910. Een uitvinding duidt op een ‘weten’, een ‘kunnen’ en een ‘vooruitgang’. De uitvinding is: een nieuwe technische truc Een nieuwe oplossing voor een technisch probleem, welke oplossing zichtbaar is gemaakt, geconcretiseerd, in een voortbrengsel of werkwijze.
Bron:
http://www.encyclo.nl/lokaal/10234

Wederverkoper
 
I
emand die iets koopt met het doel het verder te verkopen wederverkoper: detailhandelaar, detaillist, kleinhandelaar, uitdrager
Bron: www.woorden-boek.nl/index.php?woord=wederverkoper

Zakelijke voorstel
Een zakelijk voorstel is een aanbieding die een verkoper aan een mogelijke koper (Engels: prospect) doet.   Zakelijke voorstellen kunnen in omvang variëren van een korte aanbiedingsbrief (offerte en zakelijk voorstel vallen samen), tot een pakket van een paar honderd pagina's vol met gedetailleerde specificaties, dat samen met de offerte wordt aangeboden. In het verkoopproces is het zakelijke voorstel een vehikel om de voorwaarden van een eventuele overeenkomst tussen koper en verkoper in een onderhandelingsproces te verduidelijken, en vormt het eindproduct de basis voor een hieruitvolgende contract. Vaak zal dit onderhandelingsproces uit meerdere stappen bestaan, waarbij bij elke stap een nieuwe versie van offerte en/of het zakelijk voorstel kan worden besproken. Wanneer een zakelijk voorstel door de koper eenmaal wordt geaccepteerd, schept dit een voor beide partijen juridisch bindend document.   In een zakelijk voorstel worden de producten en diensten van de verkoper in relatie tot de wensen en eisen van de koper in een gunstig daglicht gesteld. Tevens leert de koper uit een zakelijk voorstel welke mogelijkheden het aangeboden product of dienst heeft om aan zijn behoeften te voldoen. Een succesvol zakelijk voorstel resulteert in een verkoop, waarbij beide partijen krijgen wat ze willen. In dat geval spreekt men van een win-winsituatie.  
Bron:
Wikipedia




























landkeuze geannuleerd Kies een land!
zoeken geannuleerd zoek alles!
Aanmelden
Vergeten wachtwoord